Algemeen

De energietransitie heeft geen gebrek aan plannen

De werkelijke uitdaging is om strategie, investeringen en uitvoering over organisatiegrenzen heen met elkaar te verbinden

Nederland beschikt met het Nationaal Plan Energiesysteem over een visie op het energiesysteem van 2050. Daarnaast werken overheid, netbeheerders en marktpartijen binnen het Landelijk Actieprogramma Netcongestie aan uitbreiding en betere benutting van het elektriciteitsnet. Toch lopen bedrijven die willen uitbreiden, verduurzamen of elektrificeren nog altijd tegen de grenzen van het net aan. Ondanks een recordtempo bij de aanleg van nieuwe infrastructuur blijven de wachtlijsten groeien. De vraag is daarom niet alleen of er voldoende plannen zijn. De vraag is vooral hoe we ervoor zorgen dat die plannen gezamenlijk en tijdig worden uitgevoerd.

Netcongestie is geen losstaand technisch probleem

De omvang van de opgave is moeilijk te overschatten. Volgens de Rijksoverheid moeten tot 2050 ongeveer 50.000 transformatorhuisjes worden gebouwd en meer dan 100.000 kilometer elektriciteitskabel worden aangelegd. Dat vraagt om forse investeringen, voldoende technisch personeel, ruimte, vergunningen en langdurige samenwerking. Maar alleen meer infrastructuur bouwen is niet genoeg. Het elektriciteitsnet is niet overal en op ieder moment volledig belast. Door productie en verbruik beter over tijd en plaats te verdelen, bestaande aansluitingen gezamenlijk te gebruiken en flexibiliteit te organiseren, kan beschikbare capaciteit slimmer worden benut. Dat betekent dat netcongestie niet alleen een technische opgave voor netbeheerders is. Het is ook een ruimtelijke, economische en organisatorische opgave. Beslissingen over woningbouw, mobiliteit, industrie, energieopwekking en infrastructuur beïnvloeden elkaar rechtstreeks.

De visie bestaat, maar de uitvoering is versnipperd

Het Internationaal Energieagentschap noemt het Nederlandse Nationaal Plan Energiesysteem een sterke basis voor de energietransitie. Tegelijkertijd constateert het agentschap dat er nog onvoldoende samenhang bestaat tussen de langetermijnplannen en de dagelijkse praktijk. Het adviseert daarom meer coördinatie tussen overheden, sectoren en marktpartijen. Daar ligt de kern van het probleem. Iedere betrokken organisatie heeft een eigen verantwoordelijkheid, planning, financiering en besluitvormingsproces. Netbeheerders investeren in infrastructuur, overheden maken ruimtelijke en maatschappelijke keuzes en bedrijven nemen investeringsbeslissingen over hun toekomstige activiteiten. Afzonderlijk kunnen die beslissingen verstandig zijn. Maar wanneer timing, locatie en uitgangspunten niet op elkaar aansluiten, ontstaat stilstand. Een bedrijf wacht op netcapaciteit, de netbeheerder wacht op duidelijkheid over de toekomstige vraag en de overheid wacht op concrete investeringsplannen. Zo kan iedereen binnen zijn eigen verantwoordelijkheid handelen, terwijl het gezamenlijke resultaat achterblijft.

Van incidentbestrijding naar vooruitkijken

Bij acute schaarste is het begrijpelijk dat de aandacht uitgaat naar het eerstvolgende knelpunt. Welke aansluiting kan nog worden gerealiseerd? Waar kan tijdelijk capaciteit worden vrijgemaakt? Welke uitbreiding kan worden versneld? Die maatregelen zijn noodzakelijk, maar vormen nog geen gezamenlijke uitvoeringsstrategie. Daarvoor moeten partijen ook vooruitkijken. Welke economische en maatschappelijke activiteiten willen we op een bepaalde locatie mogelijk maken? Welke infrastructuur is daarvoor nodig? Welke investeringen moeten gelijktijdig plaatsvinden? En wie neemt het initiatief wanneer een opgave tussen bestaande verantwoordelijkheden in valt? Een langetermijnrichting krijgt pas betekenis wanneer zij wordt vertaald naar concrete keuzes voor vandaag.

De praktijkkennis is al aanwezig

Het goede nieuws is dat veel van de benodigde kennis en vernieuwingskracht al beschikbaar is. In de industrie, het openbaar vervoer en andere sectoren wordt gewerkt met energieopslag, flexibele afname, lokale opwekking, gedeelde aansluitingen en energiehubs. Zulke oplossingen kunnen de fysieke uitbreiding van het net niet vervangen, maar wel bijdragen aan een betere benutting van de beschikbare capaciteit. De volgende stap is om succesvolle initiatieven op te schalen. Dat vraagt om meer dan pilots en incidentele samenwerking. Technische mogelijkheden moeten worden verbonden met beleid, contracten, financiering en besluitvorming. Er moet duidelijkheid ontstaan over verantwoordelijkheden, belangen en risico’s. Daarvoor is een omgeving nodig waarin partijen gezamenlijk kunnen leren én besluiten.

Vanuit die ervaring kunnen wij overheden, netbeheerders, financiële instellingen en marktpartijen helpen om van een gedeelde ambitie tot uitvoerbare afspraken te komen. Dat begint met het formuleren van een concreet gezamenlijk resultaat. Vervolgens moeten afhankelijkheden zichtbaar worden gemaakt, besluitvorming worden ingericht en initiatieven in een samenhangend uitvoeringsportfolio worden geplaatst. Niet ieder vraagstuk hoeft vooraf volledig te zijn opgelost, maar het moet wel duidelijk zijn wie de volgende stap zet en hoe daarvan gezamenlijk wordt geleerd. Onafhankelijke regie betekent daarbij niet dat verantwoordelijkheden worden overgenomen. Het betekent dat partijen hun eigen verantwoordelijkheid effectiever kunnen vervullen, doordat keuzes, investeringen en uitvoering beter op elkaar aansluiten.

Van energieknelpunt naar uitvoeringskracht

De energietransitie is te complex om vanuit één organisatie of sector te sturen. Tegelijkertijd is zij te urgent om te blijven wachten totdat alle onzekerheden zijn verdwenen.Het goede nieuws is dat Nederland niet vanaf nul hoeft te beginnen. De richting is bepaald, de praktijkkennis is aanwezig en op verschillende plaatsen worden al werkende oplossingen ontwikkeld. De opgave voor de komende jaren is om die elementen doelgericht te verbinden. Wanneer langetermijnbeleid, kennis uit de praktijk en gezamenlijke uitvoeringskracht samenkomen, kan netcongestie veranderen van een blokkade in een aanleiding om het energiesysteem slimmer te organiseren.

Bakkenist heeft ervaring met het organiseren en begeleiden van samenwerkingsplatformen binnen complexe en bedrijfskritische omgevingen.

Bronnen: Nationaal Plan Energiesysteem, maatregelen tegen netcongestie, IEA Energy Policy Review en het Landelijk Actieprogramma Netcongestie.

Bakkenist

Altijd op de hoogte

Bekijk al ons nieuws

Verandering begint niet met een nieuw systeem. Maar met mensen.

Bij complexe verandertrajecten gaat de aandacht vaak uit naar de inhoud. Nieuwe systemen, aangepaste processen, governance, projectplannen en mijlpalen. Allemaal […]

Algemeen

Verandervermogen is de nieuwe succesfactor

Regie begint niet met verandering, maar met verandervermogen Vrijwel iedere organisatie beschikt over een goed gevulde veranderagenda. Digitalisering, AI, nieuwe […]

Algemeen

De kunst is niet om te veranderen. De kunst is om dóór te veranderen.

Waarom nieuwe plannen zelden de oplossing zijn Organisaties staan voortdurend voor complexe veranderingen. Digitalisering, nieuwe wet- en regelgeving, maatschappelijke opgaven […]

Algemeen